Terug naar de boerderij van opa

Na een flinke misoogst besloot Vincent Overgoor dat het anders moet op zijn kwekerij. Hij begint met mulchen, en door het aanplanten van boomsingels vergroot hij de biodiversiteit. Met varkens, kippen en koeien als nieuwe werknemers worden zijn heesters én zijn bedrijf weerbaarder. Een overzicht van hoe de boerderij van gemengd bedrijf, via schaalvergroting en chemie, weer terugkomt bij de basis. 

Decohof heeft varkens, koeien en kippen als werknemers

Terug naar de boerderij van opa

Tekst Angela Groenbos Fotografie Max de Krijger

 

1930- “Mijn opa begon hier zijn boerderij. Net als bijna alle boerderijen in die tijd was het een gemengd bedrijf. Hij hield varkens, koeien, kippen, een stukje akkerbouw en fruitbomen. Het was een zelfvoorzienend bedrijf.”

Eind jaren ‘60- “Toen mijn vader het bedrijf overnam stond de landbouw voor een belangrijke keus. Het was de tijd van schaalvergroting. Om te overleven als boer was het nodig keuzes te maken. Mijn vader besloot alleen door te gaan met koeien en varkens.”

1998- “Ik ben opgeleid tot groeningenieur (Larenstein Boskoop) en begonnen als hovenier. Naast mijn werk als hovenier begon ik op het bedrijf van mijn vader met een klein stukje kwekerij. Dat heb ik een tijdje gedaan, maar ik merkte dat ik een keus moest maken. Niet allebei een beetje half, maar één van de twee echt goed gaan doen. Hovenier was voor mij de makkelijke keus geweest, maar ik vond er minder uitdaging in. Kweken vond ik lastiger: je moet veel beter plannen en je bent afhankelijk van de markt en het weer. Maar hier lag mijn passie. Ik besloot me daarom alleen te gaan richten op de kwekerij.”

Eind jaren ’90- 2006- “Mijn vader had nog zijn boerenbedrijf, maar moest gaan stoppen. De vraag kwam toch of ik de boerderij niet over wilde nemen. Mijn hart lag echter niet bij de veehouderij. Mijn kwekerij en zijn veehouderij waren al in elkaar geschoven: ik kweekte op delen van zijn land. Het totaal was 13 hectare. Toen hij echt wilde stoppen besloot ik om het hele bedrijf tot kwekerij om te zetten. Schaalvergroting leek in die tijd ook voor kwekerijen de beste weg. De kwekerij werd bij de pensionering van mijn vader in 2006 flink groter.”

Maart 2012- Met de kwekerij ging het die eerste jaren prima. Tot het vroege voorjaar van 2012. We hadden in maart een heel zachte lente, plotseling gevolgd door sneeuw en 1 nacht vorst  van    -20 graden. Funest, want in veel van de heesters was de sapstroom al op gang gekomen en die planten bevroren finaal. Als je een paar dagen later het land op ging was het om te janken. Je rook gewoon hoe de planten begonnen te rotten. Een complete jaaromzet was bevroren. Het was een enorme klap voor het bedrijf en het werd ons bijna fataal. Het was voor mij ook een kantelpunt. Want hadden we nu gewoon stomme pech gehad, of was er meer aan de hand? Ik ben toen op zoek gegaan naar een manier om mijn planten vitaler te krijgen. Zodat ze bij een tegenslag weerbaarder zouden zijn en mijn heesters een klap zouden overleven. Met René Jochems van adviesbureau Groeibalans ben ik aan de slag gegaan.”

Was het stomme pech,

of was er meer aan de hand?

Juni 2012- “De eerste stap was het verbeteren van de bodem en het bodemleven. Een goede bodem zorgt voor weerbare gewassen en dat zorgt ervoor dat chemie niet nodig is. De gedachte in de landbouw was  veelal dat we dankzij kunstmest en bestrijdingsmiddelen de natuur niet nodig hebben. We kunnen het zelf wel. In het voorjaar van 2012 heb ik de les geleerd dat je wel kunt strijden tegen de natuur, maar je wint nooit. Je moet dus gaan samenwerken. De natuur als kans zien, in plaats van een bedreiging. Soms heb je een klap nodig om inzicht te krijgen. Ik ben in dat jaar echt op mijn plek gezet door de natuur.”

Voorjaar 2014- “De eerste stap die ik heb gezet naar een natuurlijk bedrijf is om de bodem altijd bedekt te houden. De grond is dan beschermd tegen water en zon. Voedingsstoffen spoelen niet weg, en de zon kan minder snel uitdrogen en het bodemleven aantasten. De bodem bedekken kan met gras en onkruid: dat komt vanzelf op als je niets doet, maar het werkt niet praktisch. Een dikke laag blad in mijn teeltbedden zou een mooiere manier zijn om de grond te bedekken. Maar op de kwekerij hadden we veel meer nodig dan er op het terrein vrij zou komen. Dankzij een samenwerking tussen mij, een buurman, de gemeente en stichting duurzaam Hoonhorst konden we al het blad krijgen dat in de gemeente Hoonhorst wordt verzameld. De oude kuil voor de mais ligt sindsdien vol met blad. In de boomspiegels van een halve meter ligt nu een flinke laag gehakselde bladeren. Tussen de rijen ligt een strook van 1,5 meter met gras, die we maaien. Door de nieuwe behandeling van de grond komen er in de bodem heel andere processen op gang. De grond blijft luchtiger en slaat na een regenbui niet dicht. Het water wordt beter vastgehouden en wordt beter verwerkt. Een hoosbui geeft daardoor ook geen problemen meer. En in die gezonde grond groeien gezonde heesters.”

Een plaag is niets anders dan
een poging van de natuur om

het evenwicht te herstellen

2013- “Onze tweede stap was het aanplanten van boomsingels en bloemstroken. Het is een indirecte ondersteuning van de gewassen die ik teel. Door die bloemstroken en boomsingels is er namelijk plek voor dieren die ervoor zorgen dat we een natuurlijk evenwicht bereiken. Een beestje op de kwekerij wordt nu niet meer direct een plaag: er zijn genoeg natuurlijke vijanden in de buurt. Vogels, andere insecten: ze houden elkaar nu in balans. Ik hoef bijvoorbeeld nooit meer rupsen te bestrijden. Een plaag is namelijk niets anders dan een poging van de natuur om het evenwicht te herstellen. Plagen zijn dus nuttig, maar op een bedrijf niet prettig. Met meer biodiversiteit geeft het geen problemen meer.”

2014- “Ik kwam door een operatie een paar dagen in bed te liggen. In Landleven las ik toen over De Panhof, een varkenshouderij hier in de buurt waar varkens op een natuurlijk manier worden gehouden. Het was het begin van de mooiste stap naar een duurzamer, weerbaarder bedrijf: de dieren. Varkens waren de eerste nieuwe medewerkers op de kwekerij. Als een stuk grond wordt gerooid, gaat er een stroomdraadje rondom en mogen de varkens erin. Ze woelen het stuk flink om en halen al het onkruid en schadelijke insecten weg. Ze maken de grond los en bemesten haar meteen. Daarna gaat er rogge of gras op het land. Dat levert voer op voor de varkens, pas daarna gebruik ik de grond weer voor de kwekerij.”

Daarmee begon er wel een nieuw hoofdstuk voor de kwekerij, want naast heesters hebben we nu ook varkensvlees in de verkoop. We houden een kruising tussen wolvarkens en Durocvarkens. Het zijn sterke dieren, die niet te vet zijn. Ze worden hier geboren, blijven hier minimaal een jaar op de kwekerij en daarna breng ik ze zelf naar de slager. Vanaf anderhalf worden ze lui en vet en zijn ze niet meer nuttig voor de kwekerij. De dag dat ze naar de slager gaan, vind ik een rotdag. Maar ze hebben hier wel een mooi leven gehad. Dat proef je weer aan hun vlees.”

2015- “De varkens waren het begin, sindsdien zijn er wat dieren bijgekomen. Voor de delen van het bedrijf die te nat zijn, of die langere tijd buiten gebruik zijn, houden we nu ook koeien. Lakenvelders: een degelijk, niet te groot ras. Zo helpen we meteen dit zeldzame ras in stand te houden. Ze eten het kruidenrijk grasmengsel dat ik inzaai en de wilgen en elzen  die het goed doen op nat land. Daarmee vormen ze weer een systeem op zich, waarin we geen kunstmest nodig hebben. Op termijn hoop ik dat de grond er zoveel van verbetert, dat hij weer beschikbaar komt voor de kwekerij.”

“We hebben ook parelhoenders. Het zijn weerbare dieren die mee kunnen helpen met het onkruidvrij houden en bemesten van de kwekerij. Bovendien hebben ze schadelijke insecten op het menu. Ik begon met vier parelhoenders en dat was zeer geslaagd. Ze bleven goed op de plekken die ik voor ze bedacht had. Maar toen de groep groter werd, werden de dieren ook avontuurlijker. Ze komen nu op de meest afgelegen stukken van de kwekerij en laten zich niet erg goed leiden. Ze houden bijvoorbeeld ook de coloradokevers uit het aardappelveld van een buurman. Al met al is de proef voor de kwekerij mislukt, maar het eerste koppel blijft wel. Ik heb elke dag eitjes, ze jagen ratten weg en het zijn gezellige dieren.”

Ik heb werk voor

wel 249 dames

2015- Uit de permacultuur hebben we het principe van de kippentractor opgepakt. Het is een mobiele kippenren, waar we nu vijf kippen in houden. Ze hebben dezelfde taak als de parelhoenders: ze scharrelen tussen de rijen met heesters en houden hier de bodem schoon, eten schadelijke insecten en bemesten. Na een dag of twee gaat de trekker naar een nieuw stukje grond en kunnen ze daar aan de gang. Voor ons was dit een experiment, want vijf kippen is hier veel te weinig. Ik wil er graag meer: ik heb wel werk voor 249 dames. Dat aantal heeft ermee te maken dat je zo nog hobbykippenhouder bent en de regelgeving overzichtelijk blijft. Het blijft nu nog even bij plannen, want loslopen is door de vele roofvogels lastig en een grotere kippentractor kan ook niet direct. We  wachten tot de boomsingels wat beter volgroeid zijn, zodat ze genoeg beschutting hebben om los te kunnen lopen.”

2018- “Met een permacultuurexpert  heb ik het bedrijf nog eens goed bekeken, om te zien wat er nog meer kan. Naast de bloemstroken en boomsingels wil ik nog meer biodiversiteit creëren. We zetten nu ook permanente bomenrijen, van appel, peer en kers en vruchtstruiken. Daarmee halen weer een flinke hoeveelheid nuttige insecten naar het erf. De nieuwe permanente groenstructuur is de basis voor de rest. Het geeft een beter microklimaat en het levert bijvoorbeeld schaduw aan heesters die dat goed kunnen gebruiken. Omdat dit een groot bedrijf is en ik niet alle grond nodig heb voor de kweek, kunnen we zo werken. En hoewel de grond niet direct geld oplevert, heeft het zeker voordelen. Ik merk nu al dat ik mooiere taxus kweek, omdat de heester zich in een beetje schaduw beter ontwikkelt. Het fruit levert meer diversiteit op: we hebben nu naast heesters en varkensvlees nog meer producten te verkopen. Dat zorgt voor meer klanten, maar het geeft ook uitdagingen. Want een deel van de oogst moet verwerkt worden en dat betekent nog meer nieuwe taken, naast de kwekerij en de dierhouderij. Diversiteit is mooi, maar ook een valkuil.”

2019- “Sinds dit voorjaar staat er ook een bijenkast op het erf.  Een plaatselijke imker is begonnen   met één kast, maar ik verwacht dat het er meer worden. Ik ben heel tevreden met de stappen die we gemaakt hebben naar deze nieuwe bedrijfsvoering. Eigenlijk zijn we weer terug bij af: terug bij mijn opa met zijn gemengde bedrijf. Niet dat ik wil verheerlijken hoe het toen ging, maar voor mij is dit het logische vervolg. Als gewone boerderij zou dit waarschijnlijk niet kunnen, maar als kwekerij met iets extra’s is het wel winstgevend. Dit is nu een echt mooi rond bedrijf, waar alles een functie heeft. Het bedrijf is divers, maar elk onderdeel draagt bij aan het succes. En het allermooiste is nog: ik vind alles wat we nu doen leuk. Zo kunnen we vol vertrouwen de toekomst in.”

 

© Het Mediabedrijf BV - LANDLEVEN SEPTEMBER 2019